Krekels
Ik honger naar de dagen toen
de buren buiten op de stoep,
mijn ouders ook, de zomerdag
op stoelen vierden, babbelend
of soms ook wel minuten lang
in mijmerende stilte. God
bestond nog, in een tuin nabij
geprezen door een krekellied.
De avond duurde eindeloos.
De Grote Beer verplaatste zich
natuurlijk niet, het waren wij
die draaiden, zei mijn vader toen.
En stilte, wel minuten lang,
uit eerbied voor het wonder van
de sterren. Afscheid voor één dag.
Tot morgen, zei mijn moeder toen.
Mijn ouders zijn er nu niet meer
en ook de buren niet. Maar wel
de Grote Beer en in een tuin
de krekels van oneindigheid.
Marc van Rooij
Dorpsdichter van Haacht
27 februari 2025
Geen opmerkingen:
Een reactie posten